Visienota

  1. Omschrijving van een spoedgevallendienst
    De kerntaak van een spoedgevallendienst is de opvang, stabilisatie, onderzoek en behandeling van niet geplande patiënten die zich met een acuut ziektebeeld aanmelden. Dit kan enkel gebeuren door een multi disciplinair team van artsen en verpleegkundigen die hiervoor zijn opgeleid en binnen een hiervoor aangepaste architectuur.
  2. Oprichting Expertise – Kenniscentrum Dringende Geneeskundige Hulpverlening ( DGH ) en Spoedgevallenzorg
    Door het sectorbreed verzamelen en verwerken van gegevens willen wij de kwaliteit van dienstverlening binnen de gehele keten van de dringende geneeskundige zorgverlening verbeteren. Dit in het kader van een open, transparant en multi disciplinair overleg.
  3. Organisatie, dispatching en werking van het HC 100 – 112
    Door een kritisch overleg willen wij komen tot een eenvoudiger en performanter systeem van dispatching en inzet van de middelen van zowel dringende als niet dringende hulpverlening. Dit alles ondersteund door duidelijke wetgeving en binnen een financieel haalbaar kader.
  4. Organisatie en middelen Dringende Geneeskundige Hulpverlening
    Wij pleiten voor een goed gestructureerd drietraps systeem binnen de dringende geneeskundige hulpverlening waarbij de 100/112 ziekenwagen, de PIT en de MUG op adequate en flexibele manier ingezet worden. Hierbij wordt rekening gehouden met de kwaliteit van dienstverlening, spreiding van de middelen en de financiële haalbaarheid.
  5. Competenties en opleiding

    1. Verpleegkundige opleiding 100 badge
      Deze opleiding dient geheroriënteerd te worden rekening houdend met de aangekondigde hervormingen binnen de opleiding voor verpleegkunde en de voortgezette opleidingen van de Bijzondere beroepstitel
    2. Bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de intensieve zorg en spoedgevallenzorg.
      Deze opleiding dient in het kader van de aangekondigde hervormingen binnen de opleidingen voor verpleegkunde herwerkt te worden waarbij er een gelijkwaardig deel IZ en Spoed aanwezig is.
    3. Permanente vorming van verpleegkundigen die houder zijn van de Bijzondere beroepstitel van verpleegkundige gespecialiseerd in de intensieve zorg en spoedgevallenzorg
      Er moet een evenwichtig pakket aan vormingen (conform de erkenningscriteria) aangeboden worden door de ziekenhuizen en de organisatoren van studiedagen en congressen.
    4. Startende verpleegkundigen op een spoedgevallendienst
      Elke spoedgevallendienst voorziet in een opleidingstraject voor nieuwe medewerkers, waarbij de nieuwe medewerkers onder supervisie van een mentor en boven de staffingsnorm wordt opgeleid.
      Er is een functiekaart aanwezig waarbij alle competenties kunnen worden geëvalueerd en bijgestuurd.
  6. Verpleegkundige bestaffing
    Naast de wettelijke minimale permanentie dient bijkomend rekening gehouden te worden met de reële activiteiten (aantal verpleegkundigen  / per 1000 patiënten (ambulant of opgenomen)) en bijkomende functies die aan de spoedgevallendienst worden toegewezen (pre hospitaal en in hospitaal). De hoofdverpleegkundige wordt niet meegerekend in het basiskader.
  7. Noodplanning
    Binnen elke spoedgevallendienst dient expertise aanwezig te zijn voor het ontwikkelen en bijsturen van het intern noodplan van het ziekenhuis. Hiervoor dienen de nodige middelen ( opleiding en uitbreiding van het kader ) voorzien te worden.
  8. EuSen prioriteiten
    De VVVS engageert zich om de “statements” van de European Society of Emergency Nursing ( EuSEN ) na te streven.
  9. Stressbeleid voor verpleegkundigen spoedgevallenzor
    Stressbeheersing en reductie eist onze bijzondere aandacht op. In dit kader vragen wij een pro actief beleid.
    Implementatie van een verantwoorde en gezonde dienstplanning, maakt hier deel van uit.
  10. Overcrowding, doorstromingsbeleid en informatie
    Elk ziekenhuis moet in overleg een plan uitwerken die kan geïmplementeerd worden wanneer zich in- trough en output problemen voordoen op de spoedgevallendienst.
    De effectiviteit van deze maatregelen dienen jaarlijks geëvalueerd en bijgestuurd.
    Dit ten einde de kwaliteit van de zorgverlening op elk ogenblik te kunnen garanderen. 
  11. Triage
    Elke spoedgevallendienst dient over een wetenschappelijk verantwoord triagesysteem te beschikken.
    De triage wordt uitgevoerd door verpleegkundigen.
  12. Permanente psychosociale hulp
    We sturen aan op een uitbouw van een in hospitaal en regionale wachtdienst psychosociale hulp die tevens instaat voor begeleiding van familie, nabestaanden en hulpverleners.
  13. Spreiding spoedgevallendiensten
    Binnen de 20’ aanrijtijd dient er steeds een basis-spoedgevallendienst DGH/112 beschikbaar te zijn, binnen de 40’ een hooggespecialiseerde spoedgevallendienst (referentiecentrum) van een netwerk-ziekenhuis.
    Voor specialistische opvang (brandwonden, traumapatiënt met direct levensgevaar, kinderen die dienen gehospitaliseerd op IZ, (hoog) complexe pathologie en traumatologie, hyperbare zuurstoftanks, … ) dient er vanop de site van vaststelling getrieerd en direct gereguleerd door de medisch / verpleegkundige zorgverleners. 
  14. Telegeneeskunde voor dringende ziekenwagens
    Voor alle dringende ziekenwagens 100 en verpleegkundig begeleide ziekenwagens interhospitaal dient er een continue verbindingsmogelijkheid via deze te zijn met een geneesheer-specialist spoedgevallenzorg.
  15. Verpleegkundig begeleide ziekenwagens specifiek voor ziekenhuis-gerelateerd patiëntenvervoer (PIT)
    Per ziekenhuisnetwerk dient er een permanentie voorzien van minstens 1 ziekenwagen voor vervoer met verpleegkundige begeleiding.  Elk supra-regionaal ziekenhuis-netwerk voorziet desgevallend een arts voor aanvullende medische begeleiding van dit patiëntenvervoer.  De verpleegkundige begeleiding hiervoor mag geen deel uitmaken van het minimale staffingskader van de kritische diensten van een ziekenhuis (mag wel vanuit het aanvullend kader). 
  16. Beleid doorlichting / visitatie / accreditatie
    Kostenbeheersing dient hier evenrediger afgestemd.  De internationale voorwaarden en eisen dienen beter afgestemd op de landelijke en regionale bepalingen.  Deze dienen meer in samenwerking uitgewerkt met ook betrokkenheid van de verantwoordelijke overheid en de (specialistische) beroepsverenigingen dewelke tevens een bindende stem hebben aangaande het afgeleverde advies.